Droognet ophangen en gebruiken: een praktische checklist
Een passend droognet begint bij vrije ruimte en een goede opstelling. Met deze checklist controleer je de ophanging, verdeel je het materiaal en houd je luchtbeweging en vocht in de gaten.

1. Meet de vrije ruimte vóór je begint
Meet de bruikbare breedte, diepte en hoogte op de plek waar het net komt. Tel de ruimte voor het ophangpunt mee en houd toegang tot alle lagen. Een tentmaat is een buitenmaat of nominale maat; apparatuur en het frame kunnen de werkelijke ruimte beperken.
In de categorie droognetten vind je ronde hangende modellen van 60 en 80 cm, een vierkant model van 80 × 80 cm en een stapelbaar rek van 71 × 71 cm. De drie hangende uitvoeringen hebben acht lagen. Kies de vorm die vrij kan hangen en die je goed kunt bereiken.
2. Controleer ophanging of ondergrond
Gebruik een ophangpunt dat geschikt is voor het net en de belasting tijdens gebruik. Controleer bevestiging, naden en banden vóór het vullen. Hang het net vrij van wanden en apparatuur en volg de montage-instructies van jouw uitvoering. Bevestig het niet aan een kabel of slang.
Gebruik je het stapelbare droogrek? Zet dat op een stabiele, vlakke ondergrond en controleer of de rekken stevig op elkaar staan. Kies het aantal rekken dat je nodig hebt en houd ook deze opstelling bereikbaar.
3. Verdeel materiaal dun over de lagen
Bereid het materiaal voor op de manier die bij de betreffende plant past. Gebruik zo nodig een oogstschaar om delen van elkaar te scheiden. Verdeel kleine porties en vermijd dikke hopen. Laat ruimte tussen de delen zodat je ze kunt bekijken en de lucht erbij kan.
Verdeel de belasting over de lagen. Houd verschillende soorten apart als ze anders drogen. Er is geen vaste hoeveelheid kilo’s die voor elk net en elk materiaal klopt: formaat, vochtgehalte en spreiding bepalen hoeveel ruimte je nodig hebt.
4. Controleer luchtbeweging en luchtvochtigheid
Gaas is een drager die lucht doorlaat. Het regelt het droogklimaat niet. Zorg voor rustige luchtbeweging rond de opstelling en een route waarlangs vochtige lucht weg kan. Richt een circulatieventilator niet als harde straal op één laag.
Gebruik een thermo-hygrometer om temperatuur en relatieve luchtvochtigheid te volgen. Welke omstandigheden en droogduur passend zijn, hangt af van het materiaal. Werk niet met één vaste tijd voor alle kruiden of bloemen. Ons artikel over luchtvochtigheid legt de rol van meten en ventilatie verder uit.
5. Bekijk elke laag regelmatig
Controleer of delen tegen elkaar liggen, vochtige plekken vasthouden of de lagen ongelijk belast zijn. Pas de verdeling en luchtbeweging aan als het drogen ongelijk verloopt. Houd partijen uit elkaar zodat je hun toestand afzonderlijk kunt beoordelen.
Ga pas verpakken en bewaren wanneer het materiaal geschikt is voor de gekozen bewaarmethode. Een droog oppervlak is op zichzelf geen bewijs dat ook het binnenste voldoende droog is.
6. Maak schoon en berg droog op
Verwijder resten na gebruik en reinig op een manier die bij het netmateriaal en de onderhoudsinstructies past. Laat het net volledig drogen vóór het opbergen. Controleer voor de volgende ronde opnieuw gaas, frame, naden en ophanging. Een beschadigd net of instabiele stapel is een reden om eerst het onderdeel te vervangen.

