Druppelirrigatie: watergift berekenen en controleren
Van liter per uur naar minuten: bereken een eerste looptijd en controleer de echte afgifte met opvangbakjes. Zo beoordeel je ook een waterspin en capillair zonder watergift te gokken.

Begin met afgifte, niet met een vaste timerstand
Een druppelaar met een aanduiding in liter per uur beschrijft een afgifte onder bepaalde omstandigheden. Die waarde vertelt nog niet hoeveel water jouw plant nodig heeft. Bepaal eerst het beoogde volume per pot en controleer de werkelijke afgifte van je gemonteerde systeem. Gebruik daarvoor schoon water en verzamel het water per uitgang gedurende dezelfde tijd.
Liter per uur omrekenen naar minuten
De berekening is minuten = gewenste liters ÷ afgifte in l/u × 60. Als één uitgang werkelijk 4 l/u afgeeft, vraagt 0,5 liter een looptijd van 7,5 minuten. Bij een werkelijk gemeten 8 l/u is dat 3,75 minuten. Dit zijn rekenvoorbeelden, geen gietadvies voor een specifieke plant.
Meet je 200 ml in drie minuten, dan is de afgifte 0,2 ÷ 3 × 60 = 4 l/u. Reken milliliters eerst om naar liters. Noteer meetduur, hoeveelheid en de gebruikte instelling, zodat je een volgende meting eerlijk kunt vergelijken.
Een ventiel en vier uitgangen apart beoordelen
De CNL-waterspin in ons assortiment verdeelt water over vier slangetjes en wordt zonder drukventiel geleverd. De aanduiding 4 of 8 l/u hoort bij het gekozen CNL-ventiel. Reken die waarde niet vier keer als gift per slangetje. Vang de vier uitgangen afzonderlijk op en tel hun gemeten volumes bij elkaar op voor de totale gift.
Vergelijk de uitgangen onderling. Een duidelijke afwijking vraagt eerst controle van knikken, vervuiling, verbindingen en beschikbare druk. Alleen de timer langer laten lopen kan de andere potten te veel water geven.
Capillairlengte verandert de meetvoorwaarden
Bij capillair spelen lengte en druk mee. Een nominale aanduiding van 2 l/u voor een capillair van 120 cm is geen vaste afgifte in elke opstelling. Circa 1,85 l/u bij 1 meter en 0,5 atmosfeer geldt voor die specifieke meetvoorwaarden. Leid daaruit geen vaste afgifte voor jouw 120 cm slang af en knip niet op goed geluk om de gift te verhogen.
Meet na het definitief monteren opnieuw. Houd de slanglengtes en plaatsing bij de meting gelijk aan de uiteindelijke opstelling.
Controleer druk, filter en de laatste uitgang
De genoemde CNL-ventielen hebben een openingsdruk van 1,2 bar. Dat zegt wanneer het ventiel opent, niet dat elke pomp met een groot debiet geschikt is. Controleer de beschikbare druk terwijl alle bedoelde uitgangen werken. Voor deze ventielen en de vierdelige waterspin is een filterdoorlaat van 100 µm of 0,1 mm vermeld.
Controleer ook een uitgang aan het einde van de leiding. Een vuile filter of geknikte slang kan de gemeten afgifte veranderen. Spoel en controleer het systeem voordat je de timer aanpast.
Stel bij op basis van je pot en substraat
Controleer na een proefgift hoe het vocht door het substraat is verdeeld en hoeveel drainage ontstaat. De passende hoeveelheid hangt af van plant, pot, substraat en omstandigheden. Verander één instelling tegelijk en noteer de uitkomst. Controleer opnieuw na wijzigingen aan slangen, verdelers, pomp of filter.

