Binnen 1 dag verzonden

Plaagcontrole bij planten 3 min leestijd

Gele vangstrips gebruiken: plaatsing, controle en vervolgstap

Vliegjes rond je planten? Een gele vangstrip helpt je volgen wat er rondvliegt. Wij leggen uit hoe je de vangst controleert, wat je daarnaast op de plant bekijkt en wanneer je een andere aanpak nodig hebt.

Gele BUG-SCAN vangstrip en ECOstyle Promanal-R concentraat: twee verschillende vormen van plaagcontrole

Wat vertelt een gele vangstrip je?

Een vangstrip houdt insecten vast die op de lijmlaag terechtkomen. De vangst helpt bepalen welke vliegende insecten aanwezig zijn en of hun aantal verandert. Gebruik dat als aanleiding voor gerichte controle. Een volle strip vertelt niet vanzelf waar de plaag begint; een lege strip bewijst niet dat alle planten schoon zijn.

De gele plakstrips uit ons assortiment worden per 10 stuks verkocht. Het raster op de afgebeelde BUG-SCAN strip helpt bij het tellen. Wil je meteen productvormen vergelijken? Bekijk onze bestrijdingsmiddelen voor planten.

1. Controleer eerst de planten

Bekijk de boven- en onderzijde van bladeren, jonge scheuten en de omgeving van de pot. Noteer waar je insecten, verkleuring of schade ziet. Maak een scherpe foto voordat je iets behandelt. Houd nieuwe planten zo mogelijk eerst apart en controleer ze voordat je ze tussen de rest zet.

2. Kies een herkenbare controleplek

Plaats vangstrips bij de planten volgens de verpakking en houd het lijmvlak vrij van bladeren. Kies plekken die je eenvoudig terugvindt en geef ze een nummer. Beoordeel vangsten steeds op dezelfde plek, zodat een verandering in locatie je vergelijking niet vertekent. Voorkom dat nuttige insecten onnodig met de lijmlaag in aanraking komen.

3. Houd de vangst bij

Controleer minstens wekelijks en vaker wanneer de aantasting duidelijk toeneemt. Noteer datum, plek, type insect en de nieuwe vangst. Een foto per controle helpt terugkijken. Gebruik dezelfde telmethode en vervang een strip wanneer de lijmlaag of het zicht op de vangst onvoldoende wordt.

  • Meer vangst: bekijk de planten rond die controleplek opnieuw.

  • Weinig vangst, maar wel bladschade: controleer op de plant verder.

  • Minder vangst na een aanpak: blijf controleren voordat je de plaag als opgelost beschouwt.

4. Kies de vervolgstap op de plaag

Vangstrips zijn een hulpmiddel bij monitoring. Ze bereiken geen larven in potgrond en vervangen geen controle op spint op het blad. Verwijder plantenresten, houd gereedschap schoon en bepaal welk organisme je ziet. Kies een behandeling pas als de plant, de plaag en de toepassing duidelijk zijn.

Een middel zoals Promanal-R concentraat 50 ml heeft een specifieke toepassing op sierplanten. Een ADYBAC ruimtebehandeling heeft andere voorwaarden. Gebruik productnamen daarom niet als uitwisselbare oplossingen. Lees vóór gebruik het etiket en de productinformatie.

5. Bereid een eventuele spuittoepassing zorgvuldig voor

Schrijft het gekozen etiket een spuittoepassing voor? Controleer dan of je drukspuit of vernevelaar daarvoor geschikt is. Neem geen dosering, interval of mengadvies van een ander middel over. Ons artikel over een drukspuit schoonmaken helpt je tank, slang en sproeikop nalopen; de afvoer van resten volgt de instructies van het gebruikte middel.

Deze informatie helpt ons je adviseren

  • Welke plant en teeltfase gaat het om?

  • Waar zie je insecten en schade?

  • Wat verandert er op de vangstrip?

  • Welke middelen heb je al gebruikt?

Met foto’s van de plant en de vangst kunnen wij gerichter meedenken. Bekijk ook Pro Trap voor vangstrips en ECO voor het bijbehorende assortiment.