Binnen 1 dag verzonden

Klimaatregelaars 3 min leestijd

Klimaatregelaar instellen: voeler, minimum en maximum

Een goede instelling begint met een betrouwbare meetplek en een passende ventilator. Controleer temperatuur, minimumsnelheid en maximum samen, en beoordeel het gedrag met de verlichting aan en uit.

SMSCOM SPC 16A MK2 met temperatuurinstelling en ventilatoraansluitingen

Begin met een geschikte combinatie

Controleer vóór het instellen of motor, regelmethode, spanning en belasting bij elkaar passen. Een ongeschikte ventilator wordt niet passend door een andere draaiknopstand. Lees eerst onze keuzehulp voor klimaatregelaars als de combinatie nog niet vaststaat.

Gebruik de bediening en aansluitvoorschriften van jouw exacte uitvoering. Verander aansluitingen alleen spanningsloos en laat onduidelijke elektrische combinaties beoordelen voordat je ze inschakelt. Monteer de regelaar op een plek die voldoet aan de gebruiksvoorwaarden van het model.

Geef de temperatuurvoeler een representatieve meetplek

De regelaar reageert op wat de voeler meet. Kies een plek die het klimaat bij de planten vertegenwoordigt en houd de voeler weg van directe lampwarmte, warme apparatuur en de onmiddellijke inblaasstraal. Een voeler direct naast de afzuiging kan een andere situatie meten dan de ruimte waarin je wilt regelen.

Vergelijk de meting met een geschikte losse meter op dezelfde plek. Controleer opnieuw na het verplaatsen van lampen, het veranderen van de luchtstroom of een duidelijke verandering in planthoogte. Neem voor modelspecifieke plaatsing de instructies van de exacte sensor mee.

Minimum, maximum en temperatuur samen beoordelen

Een minimuminstelling bepaalt hoe de ventilator onder de regelgrens blijft draaien. Stel die niet lager in dan ventilator en regelaar toestaan. Bij de SMSCOM SPC MK2 moet de ventilator op de minimumstand blijven lopen. Een te lage instelling vergroot de kans op brommen.

De SMSCOM SPC 8A MK2 en 16A MK2 hebben een instelbare minimum- en maximumsnelheid en een temperatuurinstelling. De bandbreedte bepaalt hoe de regeling tussen die grenzen reageert. Neem een instelling van een andere ruimte niet automatisch over; controleer wat jouw ventilatoren daadwerkelijk doen.

Werk stap voor stap

  1. Controleer aansluiting, vrije luchtweg en de positie van de voeler.

  2. Stel een toegestaan minimum en maximum in.

  3. Kies een temperatuur die past bij je planten en opstelling.

  4. Controleer of de ventilatoren reageren zoals bedoeld.

  5. Verander één instelling tegelijk en noteer het resultaat.

  6. Beoordeel ook de overgang tussen licht aan en licht uit.

Verlaag de ventilatie niet alleen om geluid te verminderen als de motor daardoor onrustig draait of de luchtverversing onvoldoende wordt. Controleer eerst de combinatie, luchtweerstand en gekozen regelmethode.

Houd vochtregeling en uitbreidingen apart

Een temperatuurregelaar meet niet automatisch de luchtvochtigheid. Controleer vocht met een geschikte meter en gebruik alleen een daarvoor bedoelde functie als je erop wilt regelen. Onze uitleg over temperatuur, luchtvochtigheid en VPD helpt om verschillende metingen uit elkaar te houden.

Een SMSCOM SPC Slave is een uitbreiding voor een passende hoofdunit. Hij vervangt de hoofdregelaar niet. Controleer de exacte uitvoeringen en verbinding voordat je uitbreidt. Bekijk het assortiment klimaatregelaars om een combinatie op functie en belasting te kiezen.