Lumen King ECO Controller of Master Controller kiezen
Kies een Lumen King controller op het exacte armatuur, het stuursignaal en de lichtgroepen die je wilt regelen. We leggen uit wanneer ECO-bediening of een Master Controller bij je opstelling past.

Begin bij het exacte armatuur en de voeding
Een controller stuurt de verlichting aan; hij vervangt de ballast of driver niet. Noteer eerst de volledige modelnaam van je Lumen King LED, de uitvoering van de voeding en de aanwezige stuurpoort. Een passende RJ-stekker bewijst geen compatibiliteit: ook signaal, kabelbezetting en regelbereik moeten overeenkomen.
Maak vervolgens onderscheid tussen één lichtschema voor je opstelling en twee groepen die onafhankelijk moeten werken. Het aantal lampen en de manier van doorlussen tellen ook mee. Kies pas daarna tussen ECO Controller en Master Controller.
Wanneer past de ECO Controller?
De ECO Controller biedt centrale lichtregeling met timer, dimfunctie, temperatuurbeveiliging en zonsopgang- en zonsondergangregeling. Hij is een gerichte keuze wanneer je een passende ECO-opstelling met een gezamenlijk lichtverloop wilt bedienen.
Controleer de exact ondersteunde armatuurcombinatie en het aantal apparaten dat jouw controlleruitvoering mag aansturen. De aanwezigheid van 0–10V- en PWM-aansluitingen maakt de controller niet universeel. Een uitgang voor een ander stuursignaal is evenmin automatisch een tweede onafhankelijk tijdschema.
Wanneer kies je de Master Controller?
De Master Controller heeft twee programmeerbare lichtgroepen. Dat is nuttig wanneer zones verschillende aan- en uit-tijden of diminstellingen nodig hebben. Je kunt per groep de regeling beoordelen en instellen, in plaats van alle verlichting steeds hetzelfde programma te geven.
Maak vooraf een eenvoudig plan: welke lampen horen bij groep A, welke bij groep B en welke instellingen zijn per groep nodig? Controleer voor elke groep de toegestane armatuurtypen, kabellengte en belasting. Verwar een maximaal aantal aangesloten armaturen niet met de elektrische capaciteit van een stopcontact of stroomgroep.
Controleer vijf punten vóór aansluiten
Model en generatie: houd 630W, ECO en andere uitvoeringen apart.
Stuurprotocol: controleer welk signaal armatuur en voeding accepteren.
Kabels: gebruik kabels met de juiste connector én pinbezetting.
Regelstand: stel de voeding in op externe bediening wanneer de uitvoering dat vereist.
Groepen: leg vast welke lampen hetzelfde programma krijgen en welke apart moeten werken.
Sluit stuurkabels aan terwijl de installatie spanningsvrij is. Gebruik een geschikte voeding voor de controller zelf. Een gewone netwerkkabel of verloopstekker is geen bewezen vervanging voor de bedoelde stuurkabel. Laat een onduidelijke combinatie eerst beoordelen.
Stel timer en temperatuurregeling bewust in
Controleer de klok, het lichtschema en de ingestelde vermogensklasse voordat je een automatische cyclus start. Verifieer dat de lampen werkelijk reageren zoals bedoeld. Beoordeel ook wat gebeurt na een stroomonderbreking, binnen de mogelijkheden van jouw controlleruitvoering.
Plaats een temperatuursensor representatief bij het gewas, buiten directe warmte van driver of armatuur. Stem dim- en uitschakelgrenzen af op je planten en klimaat. Temperatuurbeveiliging is een aanvullende functie; voldoende ventilatie blijft de basis. Bij terugkerend dimmen door warmte onderzoek je de oorzaak.
Rond de regeling af met een lichtcontrole
Een juiste controllerinstelling bewijst nog niet dat het teeltvlak goed belicht is. Controleer na aansluiten de ophanghoogte, dimstand en verdeling opnieuw. Vergelijk bij uitbreiding de ECO-vermogens en kies armaturen die samen een bruikbaar lichtplan vormen.

