Binnen 1 dag verzonden

Opticlimate 3 min leestijd

Opticlimate kiezen: koelvermogen, water en installatie

Welke Opticlimate past bij je kweekruimte? Begin met warmtebelasting en vochtproductie. Controleer daarna waterkoeling, condensafvoer, luchtverdeling en stroom voordat je een PRO3 of RevoMax II kiest.

Opticlimate PRO3, RevoMax II en een losse plenumbox als voorbeelden voor de installatiekeuze

Begin met de belasting van je ruimte

Noteer welke apparatuur warmte afgeeft, wanneer die draait en hoeveel vocht je planten en watergift toevoegen. Neem isolatie, gewenste dag- en nachttemperatuur en de omstandigheden buiten de ruimte mee. Zo vergelijk je Opticlimate klimaatunits op de taak die ze moeten uitvoeren.

Een modelnummer is geen advies voor een vast aantal vierkante meters. Twee ruimtes met dezelfde oppervlakte kunnen sterk verschillen in warmte- en vochtbelasting. Laat de capaciteit onderbouwen voor jouw opstelling voordat je bestelt.

Koelvermogen en stroomverbruik uit elkaar houden

De PRO3-serie in ons assortiment loopt van 3,5 tot 15 kW koelvermogen. De 3500 PRO3 biedt 3,5 kW en de 6000 PRO3 6 kW. Dat koelvermogen is geen opgegeven stroomverbruik. Controleer de elektrische aansluiting van compressor, verwarming en aanvullende apparatuur afzonderlijk.

PRO3 of RevoMax II kiezen

PRO3 combineert koeling, verwarming, ontvochtiging, filtering en circulatie. RevoMax II gebruikt inverterregeling voor de compressor en combineert temperatuur- en vochtregeling. Vergelijk bij RevoMax bijvoorbeeld de 10.000-uitvoering, maar controleer de modelversie vóór je de elektrische aansluiting laat voorbereiden.

Gebruik ontvochtigingswaarden alleen met hun meetcondities. Temperatuur en relatieve luchtvochtigheid beïnvloeden de hoeveelheid afgevoerd condenswater. Een waarde bij één meetconditie voorspelt geen vaste dagopbrengst in iedere ruimte.

Koelwater en condenswater zijn twee trajecten

Koelwater voert warmte uit de unit af. Een open installatie vraagt een continue geschikte watertoevoer en afvoer. Een gesloten circuit met waterkoeler recirculeert het koelwater, maar vraagt passende aanvullende apparatuur en een ontworpen leidingsysteem.

Condenswater komt uit de ontvochtigde lucht. Plan daarvoor een eigen afvoer met voldoende afschot. Als vrij aflopen niet mogelijk is, bekijk een passende condenswaterpomp. Controleer de werkelijke opvoerhoogte, hoeveelheid water en slangmaat. Neem pompgegevens van een ander model niet over.

Plan retourlucht en luchtverdeling samen

De unit moet voldoende lucht kunnen aanzuigen en behandelde lucht door de ruimte kunnen verdelen. Staat hij buiten de kweekruimte, controleer dan de plenumbox en het aangesloten luchttraject. Een 6000 PRO3-plenumbox is specifiek benoemd voor die uitvoering.

Slangdiameter alleen bewijst geen geschikte installatie. Lengte, bochten, retourlucht en de eigenschappen van de verdeelslang beïnvloeden de weerstand. Bekijk luchtslangen als onderdeel van het complete ontwerp.

Deze gegevens heb je nodig vóór aankoop

  1. Warmtebelasting, vochtproductie en gewenste bedrijfscondities.

  2. Exacte serie, model en generatie van de unit.

  3. Beschikbaar koelwater, afvoer en eventueel een waterkoeler.

  4. Een vrije condensafvoer of passende pomp.

  5. Retourlucht, luchtverdeling, onderhoudsruimte en draagvermogen.

  6. Voedingsspanning, fase en elektrische beveiliging voor de exacte uitvoering.

Laat de elektrische installatie en waterzijdige opbouw beoordelen door een geschikte installateur. Kies vervangende Opticlimate onderdelen op typeplaatje en onderdeelnummer. Voor algemene vochtvragen lees je onze uitleg over luchtvochtigheid in de kweekruimte. Geef je gegevens aan ons door; wij helpen je de juiste selectie maken.