Kies eerst het medium, daarna de meter
Een meter voor vloeistof meet een ander monster dan een directe substraatsonde. Bepaal of je voedingswater, drainwater, substraat of lucht wilt controleren. Kies bij pH en EC vervolgens tussen losse meters, een handzame combipen en een combimeter met aparte sondes. De P110 Pro is een pen; de P700 Pro2 heeft een aparte display-unit en aangesloten elektroden. Beoordeel vooral hoe je meet, waar je afleest en hoe je de sondes onderhoudt.
Lees de eenheid bij iedere waarde
EC wordt vaak uitgedrukt in mS/cm of µS/cm: 1 mS/cm is 1000 µS/cm. Een ppm-weergave gebruikt een omrekenfactor en is daardoor niet zonder meer gelijk tussen twee meters. Een display met extra decimalen is ook geen bewijs van een kleinere meetafwijking. Vergelijk meetbereik, resolutie en nauwkeurigheid afzonderlijk.
Kalibreren, controleren en bewaren hebben elk een taak
Kalibratie stelt de meter af op een referentie. Een controlemeting laat zien of de uitlezing nog klopt. Bewaarvloeistof beschermt een daarvoor bedoelde elektrode. Giet een kleine hoeveelheid referentievloeistof in een schoon bakje en doe gebruikte vloeistof niet terug in de fles. Kies onderhoud op het exacte elektrodetype; een droog te bewaren elektrode vraagt een andere aanpak dan een Bluelab-pH-sonde.
Van meten naar gericht bijsturen
Noteer meetmoment, plaats, eenheid en omstandigheden. Vergelijk temperatuur en luchtvochtigheid tijdens licht- en donkerperiode. Een losse sensor regelt zelf niets; voor automatische aansturing zijn een passende controller en juiste aansluitingen nodig. Doseer met een passende maatbeker en controleer de oplossing opnieuw nadat je goed hebt gemengd.
pH- & EC-meters · IJkvloeistoffen · Maatbekers
Welke meetapparatuur kies je voor water, substraat en lucht? · pH-meter kalibreren en bewaren: kies de juiste aanpak · EC, mS/cm, µS/cm en ppm: zo vergelijk je meetwaarden